4 verenigingen, 1 wedstrijd

4 verenigingen, 1 wedstrijd

Vorig jaar hebben we als Roei en Zeilvereniging twee avonden met WSV Almere-Haven gevaren. Het experiment was zeer geslaagd: een groot veld, mooie baan en professionele wedstrijdleiding. Iets waar de twee verenigingen uit Huizen ook lucht van hadden gekregen en graag bij wilden zijn. Dus deze keer gingen we niet met twee, maar met vier verenigingen een wedstrijdje varen; 53 boten verdeeld over vier klassen en drie startgroepen.

Wederom heb ik problemen met de crew. Willem Jan is ziek en ligt onder de wol. Rob is nog altijd geblesseerd, Steven verwacht elk moment zijn derde, Lodewijk had een overleg met de Amsterdam Yacht Club, Paul had een date en Kasper nam niet op. Potverdikkie! Zo’n mooie wedstrijd in het verschiet en niemand te krijgen. Dit kan niet waar zijn, zou Joris Luyendijk zeggen. Uiteindelijk bleek Kasper gewoon ‘even zijn telefoon kwijt’ en komt de avond voor de wedstrijd het verlossende antwoord: “Ik ben erbij!” Voor Kasper was het ook weer even inslingeren. Hij voer vorig jaar voor het eerst mee en heeft nog maar twee wedstrijden ervaring. Maar als oud-zeeverkenner weet hij wat zeilen is en is hij in no time up to speed.

De voorspelling van 15 knopen is mooi, maar de vlagen van 23 zijn fors. Genua 2 of fok? That’s the question. Aangezien de wind er meestal wel uit gaat in de avond (ook al is dat niet voorspeld) en Fram standaard ondertuigd is, besluit ik de genua 2 te varen. We zijn op tijd buiten waardoor we Kasper even een opfriscursus kunnen geven. Echter blijken barberhaulers, reeflijnen en schoten allemaal door elkaar te lopen waardoor we eerst nog even bezig zijn met de boot goed optuigen. Alles gaat zo’n beetje mis en als we onder spi naar het startgebied varen krijgen we even 20 knopen in de rug. Dikke hekgolven en acht knopen op het log. We gaan even de gijp oefenen onder spi. Maar dat gaat niet goed. De wind is te hard en die verrekte babystag maakt het leven van onze voordekker zuur. De boom moet niet alleen van de mast, maar moet nog een meter verder naar buiten worden gedrukt om vervolgens voor de babystag langs te gaan. Het is fysiek bijna onmogelijk met de druk in ons 60 m2 ‘lichtweer’ zeil. Uiteindelijk slaat de spi om de voorstag en lijkt de chaos compleet. Kasper memoreert droog: “Een slechte generale is toch een goede…” Precies!

Ik heb liever dat dit voor de wedstrijd gebeurt dan tijdens. We besluiten wel te spinnakeren tijdens de race, maar niet te gijpen. Hierdoor zullen we ‘m dieper varen en het laatste stuk scherp naar de boei varen zonder spi. Dan wordt het echt tijd voor de startprocedure. De startlijn ligt er prachtig in. We varen langs de lijn naar de pin end, maar zitten nog iets te diep in de starting box waardoor we iets te laat starten. Gelukkig varen we hard en kunnen we al vrij snel een slag over stuurboord maken. Er varen 53 boten mee en dat merk je. Vrije wind is een schaars goed.

Als wedstrijdcommissie hebben we besloten andere, meer gelijke klassen te formeren. Met mijn Friendship 28 vaar ik nu tegen allemaal andere 8,5-9,5 meter jachten. Allemaal lomp, groot en zwaar. Een eerlijke wedstrijd en dat merk je direct bij de boei rondingen. Geen kleine bootjes die hun romp praktisch kunnen dubbelvouwen om de boei, maar grote toerjachten die vaart en een draaicirkel hebben. En waar we normaliter in de kopgroep moeten varen, ‘mogen’ we nu in het middensegment varen. En dan is het prettig te merken dat we bij de eerste boeironding toch nog bij die kopgroep zitten. Na de boei gaat de spi erop. Helaas maak ik een tactische fout, waardoor we onder een 30 voeter liggen met zijn fok te loevert. We komen er niet weg. We besluiten even onze voet van het gaspedaal te halen en achter deze boot langs te steken. Als de vrije wind onze spi bereikt lopen we bijna acht knopen naar de lage boei.

Met zo’n groot veld en redelijk gelijke klassen, worden boeirondingen drukker en tactischer. Ik heb helaas niet de binnenbocht, of ‘the inside track’, maar zit tussen vier boten in. Twee binnen, twee buiten. De kunst is om de binnenste boten zo dicht mogelijk tegen de boei te zetten en de buitenste boten zoveel mogelijk naar buiten te drukken. Een leuk spel en het gaat ons goed af.

In de derde en laatste ronde maken we twee cruciale fouten die ons punten kosten. De eerste keer denk ik voor de Viva La Vida langs te kunnen over stuur, maar de genua gaat niet snel genoeg aan en we verliezen vaart. We liggen op ramkoers en zitten fout. We klappen terug, maar de vaart is eruit. Sorry Hans, maar vooral balen. Dit kost zomaar 45 seconden. De tweede keer gaat het mis op de bovenboei. Fanatiek wordt de spinnaker geprefeed, zodat deze op de ton omhoog kan, maar nog voordat we de ton bereiken wordt de spi al gehesen. Ik grijp nog snel een schoot, maar het is te laat. De spi klappert ongecontroleerd. In de hectiek rond ik de boei en zie dat we een zandloper hebben. We zijn er circa 3 minuten mee bezig om ‘m eruit te krijgen. Intussen lopen we wel vijf knopen, maar geen zeseneenhalf. Jammer.

Als we bij de finish aankomen zie ik een concurrent van een andere vereniging met dezelfde handicap. “We moeten hem nog even pakken!”, zeg ik tegen de mannen. Wij gaan bijna tegelijk over de finishlijn, maar ik zit dichter bij het startschip en hoop dat ze ons eerst aftoeteren. Helaas is dit startschip wel bekwaam, waardoor we terecht 3 seconden na hun zitten. Gelukkig blijkt zijn rating net iets anders waardoor we op handicap hem achter ons houden.

De finish bij het start/finishschip heeft nog een leuke bijkomstigheid. Marc Borking, mijn stiefbroer, zit met zijn dikke Canon 5D aan boord en legt ons (en alle andere deelnemers) vast. Een prachtig plaatje van je boot is nooit verkeerd.

Op de terugreis naar de haven wordt Fram weer het toerbootje zoals ze ooit bedoeld is. Barberhaulers, wedstrijdklok en spischoten eraf, buiskap erop. Hennie aan roerHennie stuurt Fram naar huis en voorkomt een pijnlijke vastloper in de ondiepte door als enige wel op te letten. Natuurlijk kan het speculeren over de einduitslag beginnen. Ik verwacht er niet heel veel van. We hebben niet optimaal kunnen varen en fouten gemaakt. Ik hoop niet dat we bij de laatste vier zitten, maar sluit het niet uit. Team Windrose zal ook nog wel voor ons eindigen schat ik in en de Geusje en Brizo zitten te ver voor ons om ze nog te pakken. Jammer, maar het was een mooie avond en we hebben weer veel geleerd.

In ons clubhuis komt de vrolijke Frans binnen met de uitslag. Hij zat op het startschip en vraagt eerst om drie applausjes. Nog voordat hij kan zeggen voor wie die zijn begint iedereen te klappen en te juichen. Enfin, ze waren voor Marc Borking (de fotograaf), de mensen achter de bar en voor hemzelf omdat hij op het startschip zat. Applaus voor jezelf Frans 😉 Hier horen we dat we met 21 boten in onze klasse op een mooie zevende plaats zijn geëindigd. Helemaal niet verkeerd. Sterker nog, ik vind het zeer positief dat we in een matige wedstrijd nog zo’n goede notering kunnen neerzetten. En als blijkt dat we maar 29 seconden achter de Geusje zitten en 38 seconden achter Waterworld, weten we dat met één foutje minder er een zesde plek in had gezeten (of zelfs een vijfde). Voor het goede gevoel rekenen we ons nog even rijk en halen alle boten uit de uitslag die niet uit Naarden komen. Dan zijn we mooi derde geworden! Wederom een podiumplaats. 😉

Crew: Hennie, Kasper, Rene, Floris

Wind: West 15-23 knopen afnemend naar 10

Finish: 7e vd 23 (SW Laag klasse)

Uitslag

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *