520 mijl knallen op een VO70

520 mijl knallen op een VO70

Een echte etappe met een Volvo Ocean Race boot stond al lange tijd op mijn bucketlist. En het liefst in een beetje erbarmelijke omstandigheden. Kou, storm, ruwe zee, dat wil ik meemaken. Ik wil die rauwe kant van de Volvo Ocean Race proeven. En die droom kwam uit toen ik de Onboard Reporter Challenge van Zeilen Magazine won en als verslaggever mee mocht op een VO70 van Breskens naar Lorient. Mijn verhaal verscheen in Zeilen nr 12 (2016), maar dat was slechts 700 woorden en er was zoveel meer te vertellen.

Tussen de uitslag van de Onboard Reporter Challenge en het vertrek zit slechts een week. Ik laat mijn werk en gezin met wat uitdagingen achter en koop snel nog wat nieuwe uitrusting, waaronder de nieuwe GoPro camera en een nieuw zeiljack, eentje die wel waterdicht is. Verder nog wat powerbanks en goede thermokleding. Enfin, de trip is toch niet helemaal gratis.

Als ik een dag voor vertrek aankom in Breskens is de crew druk bezig met de voorbereidingen. Er wordt nog aan de generator gesleuteld, grote kratten met eten verdwijnen naar beneden en de reserve spullen in de achterste compartimenten worden ge-stacked, wat zoveel betekent als bergen en zekeren. Ik loop naar een lange blonde vent, waarvan ik weet dat hij de schipper is. “Hoi, Floris”, zeg ik. “Ah de OBR!”, zegt Ysbrand Endt lachend. “Welkom!”

“Welkom op een van de snelste monohulls ter wereld”

Als ik ergens een hekel aan heb is het wel nutteloos toekijken. Dus vraag ik of ik ergens mee kan helpen. En voordat ik het weet ben ik de zojuist gekeurde reddingsvlotten aan het vastzetten en schroef ik de M.O.B. joon aan de zeereling. We (ja ik praat al direct in de wij-vorm) leggen de zeilen achter in de kuip. Want met de aan de windse koers wil je zo min mogelijk gewicht in de punt (anders breekt die af!). Saillant detail is dat deze zeilen dag en nacht buiten liggen. Ze zijn te groot (en te zwaar) om binnen te leggen. De hele North Sails 3Di zeilgarderobe ligt vastgesjord aan de zeereling. In weer en wind. En dan doe ik moeilijk als mijn genua een nachtje op de voorstag blijft zitten.

mastvoet“Welkom op een van de snelste monohulls ter wereld,” begint Ysbrand zijn schippersbriefing. We hebben allemaal net ons ontbijt op en zijn al gehesen in onze ‘zwaar weer’ kleding. Na wat safety instructions gooien we dan eindelijk de trossen los. Er staat een stevige wind van circa 18 knopen. De commando’s vliegen over dek: “Ready to grind? Grind!” En met zes man aan drie koffiemolens hijsen we het grootzeil. Als het te zwaar wordt roept de mastman “second gear!” Het teken dat we de andere, lichtere kant op mogen draaien. Dan zegt hij opeens “Hold… testing the lock… On the lock!” De grootzeilval zit in het slot. Voor de duidelijkheid, deze zeilen zijn te zwaar voor normale vallen. Dus hebben ze een relatief dunne lijn waarmee de zeilen omhoog gehesen worden. De eigenlijke val is maar 50 cm lang en is wel 25 mm dik dyneema. Aan het uiteinde zit een kogel die in een slot in de mast valt. Hierdoor hoeft er niet een dikke 60 meter lange val door de mast en over dek te lopen, maar is een 12 mm lijn genoeg. De cunningham, outhaul en checkstays worden uiteindelijk met een hydraulische pomp op spanning gebracht.

“De wind en golven nemen toe”

Met de J4 (de kleinste fok op de stormfok en staysail na) en een volledig grootzeil zetten we koers richting Lorient. “Djjjjiiiiiieeeeeenngg” een mechanisch geluid klinkt opeens uit de kajuit. De kantelkiel wordt op standje maximaal gezet. De Sanya ligt hierdoor vrijwel recht en spuit er vandoor. Moeiteloos loopt de snelheid op naar 15 knopen en plaveien we de Westerschelde glad met haar brede kont. Samen met één van de opstappers sta ik aan de grinder (de koffiemolen) voor het grootzeil. “Ready to grind? Grind… Hold!” klinkt het voortdurend terwijl Christa het grootzeil trimt. Omdat we tussen de containerschepen laveren moeten veel overstag in korte tijd. En dat is intensief met deze boten.

img_0075

Ik sta in het midden aan de grinder voor het grootzeil met opstapper Roger. Christa zit bij de lier van het grootzeil en zet het onderlijk op spanning met de hydraulisch pomp.

Voor de overstag hebben we in dit weer 12 man nodig: 2 man voor de running backstays, 3 man grootzeil (2 op de koffiemolen en 1 trimmer), 4 man voor de  jib (3 op twee koffiemolens en 1 trimmer), 2 man voor de daggerboards en 1 stuurman. Natuurlijk kan het met iets minder, vooral als de grinders iets getrainder zouden zijn.

De wind en golven nemen toe. De Noordzee zegt hallo en wij zetten ons eerste rif. ’s Avonds om acht uur gaat het wachtsysteem in. We zitten misschien niet in een echte race, maar de boot wordt wel gewoon hard gevaren, optimaal getrimd en dus gaan we om beurten vier uur op, vier uur af.

dsc_2468bew-s

Inmiddels is het stormachtig geworden. De zon is onder en het buiswater bereikt steeds vaker de kuip. We zetten het tweede rif en varen door. Oostende ligt achter ons en daarmee het plan om deze haven aan te lopen en dit lage drukgebied af te wachten ook. We gaan de nacht in met een aan de windse koers en een alsmaar toenemende wind. Als ik om 22:00u af mag, zijn de klappen op de golven zo overweldigend dat ik soms loskom uit mijn bunk. Ik probeer te slapen. Tevergeefs. Na vier uur naar het carbon plafond gestaard te hebben is het tijd voor mijn tweede wacht. En daar het gaat het mis.

Tijdens het aankleden moet ik mijn foul weather gear in het voorronder pakken. Hier is het stampen het ergst. Met moeite kleed ik me aan. Er staat water in de hele boot en met natte sokken stap ik in mijn droge zeilaarzen. Ik voel dat ik misselijk word. Het gevaar van benedendeks zijn. Snakkend naar frisse lucht steek mijn hoofd door de kajuitopening. Het is heftig buiten. Sloten zeewater stromen onophoudelijk over het dak van de ingang. De wind is verder toegenomen naar 32 knopen. Het maakt de Sanya niet uit. Die beukt stoïcijns met 12 knopen door. Intussen maakt de boeg soms vrije vallen van drie meter om vervolgens met een oorverdovende dreun het water te raken.

“We zijn nog maar 12 uur onderweg en het lijkt al aardig op de bekende beelden van de Volvo Ocean Race.”

De frisse lucht komt helaas te laat. Ik ben zeeziek. Ik sta nog steeds in de kajuitopening en zie nog net hoe een golf mijn freeze dried maaltijd wegspoelt. Handig zo’n flush deck. We zijn nog maar 12 uur onderweg en het lijkt al aardig op de bekende beelden van de Volvo Ocean Race. Maar er mist nog iets. Een stukje drama. En dat komt als een windvlaag de Sanya op haar kant drukt. Ik verlies mijn evenwicht én grip. Met een snelle zwaai word ik tegen de zijkant van de kajuitopbouw gesmeten. Ik kan mijn val niet opvangen, maar mijn ribben wel. De lucht wordt uit mijn longen geperst. Ik piep kortademig, krijg het benauwd en kan niks meer zeggen.

“Een… moment…”, hijg ik terwijl Ysbrand en onboard medicus Maaike mij scherp in de gate houden. Als ik weer op adem ben en zeg dat het wel gaat, trek ik mijn life vest aan en ga naar buiten.

Door de volle maan zien we de spray van de boeg aankomen en duiken we synchroon ineen. Ik ben blij dat ik een nieuwe jas voor deze trip heb gekocht. Dat het heftig is blijkt ook als één van de vesten van de opstappers ‘ontploft’ na een grote golf.

We varen nog steeds aan de wind met en bootsnelheid van zo’n 12 knopen. De golven komen met vrijwel dezelfde snelheid uit tegengestelde richting. Als ik zie hoe hard we eigenlijk varen in dit donkere en onstuimige weer moet ik opeens aan het fatale ongeluk met Hans Horrevoets denken. Een rilling gaat over mijn rug als ik eraan denk dat er nu iemand over boord slaat. Je bent in luttele seconden een stipje dat verdwijnt tussen de hoge golven. Ook al gooien we de joon uit, als daar tien seconden tussen zit (en dat is snel) moet je nog altijd 62 meter door zware golven zwemmen naar die joon. Ik check nog een keer mijn lifeline en denk er verder niet aan.

Op het voordek dreigt inmiddels één van de vastgesjorde voorzeilen van het dek te glijden. Maar de wind trekt zich daar niets van aan en tikt steeds vaker 35 knopen aan. Tijd voor het derde rif. Ik ga aan een van de koffiemolens staan. “Ready to grind… Grind!”

Maaike maakt zich zorgen om mij. Ik wil me niet laten kennen, bovendien hebben we iedereen van deze wacht nodig aan dek. Maar na anderhalf uur moet ik verplicht rusten. “Probeer te slapen. We hebben niks aan je als het erger wordt.” Koud en nat kruip ik in mijn slaapzak. Ik val weg.

bunks

Als om tien uur ’s ochtends mijn volgende wacht begint ziet de wereld er beter uit, maar de nacht heeft wel zijn sporen achtergelaten. De windmeter is afgebroken en de bovenste zeillat is uit het grootzeil gescheurd. Ook ben ik niet de enige die zeeziek is geworden. Van de crew hoor ik dat de windmeter voor het afbreken nog 38 knopen aantikte, terwijl Ysbrand de VO70 met een topsnelheid van 18 knopen door de golven beukte.

 “Een cocktail van pijnstillers en adrenaline”

Ik voel me weer ok, maar die ribben zijn pijnlijk. Terug in Nederland zou blijken dat ik er vier gekneusd heb. Op een cocktail van pijnstillers en adrenaline ga ik door en geniet van deze reis. Ik kom eindelijk echt toe aan mijn taken als Onboard Reporter en mag ook af en toe sturen. Als ik thuis de beelden terug zie van mijzelf aan het roer valt me pas op hoeveel wind er nog staat. Zeker 18 knopen. Maar de schipper heeft vertrouwen in ons en laat de opstappers hele stukken varen.

 

Mijn zeeziekte is gelukkig over, ik ben helemaal ingeslingerd en kan ongestoord onderdeks bewegen. Een van de opstappers is nog welmediadesk ziek en blijft in zijn bunk liggen. Langzaam wordt de koers ruimer en de wind minder. Deze boten lopen bijna altijd de windsnelheid en dus gaan we vrolijk met 12 knopen door. “Zullen we even iedereen wakker maken?” grijnst Max, een van de vaste crewleden. Ik snap niet wat hij bedoelt, maar als hij de bakstag iets viert begrijp ik het. Het slippen van de dyneema lijn om de grote Harken trommel is oorverdovend en weergalmt door deze carbon klankkast.

Opvallend is dat de hele boot als een soort schuurpapier aanvoelt (korrel 100). Het ruwe antislip zit op zo’n beetje allesbehalve de mast en wc. Hierdoor slijten met name mijn laarzen toch iets harder dan op Fram.

De playmates op het toilet zijn nog uit de Volvo Ocean Race.

De playmates op het toilet zijn nog uit de Volvo Ocean Race.

Over de wc gesproken, elke editie van de Volvo Ocean Race zijn er meerdere teams die praten over de kleinste kamer van de boot. Vooral omdat de stoelgang bemoeilijkt wordt door de zeegang. Maar het ligt iets genuanceerder dan dat. Want officieel is het geen kamer, het heeft tenslotte geen deuren. Iedereen die onderweg is naar de keuken of naar zijn zeilpak, loopt langs dit hokje. Maar dat vond ik niet zo erg. Je zit immers letterlijk en figuurlijk in hetzelfde schuitje. Wat ik nog niet wist is dat alleen de plasjes doorgespoeld mogen worden. Heb je meer dan dat, dan dien je een zakje onder het zaakje te houden. Na ‘de boodschap’ knoop je dit zakje dicht en via de kuip – waar op dat moment 8 man crew jou aanstaart – gooi je je biologisch afbreekbare boterhamzakje zonder boterham over de zeereling. Lichtelijk gênant.

De tweede nacht is rustig. Ook ’s nachts sta ik weer mijlen aan het roer en tussendoor experimenteer ik met mijn Nikon. De volgende ochtend zijn we in de buurt van Lorient. We komen nu voor het eerst onder de acht knopen. De FRO gaat omhoog, dat is de Fractional Code Zero. En dan komt een van de hoogtepunten van deze trip.

We liggen voor Île de Groix en zijn net overstag gegaan. Bij weinig wind blijft de bovenste zeillat na een overstag tegengesteld bol staan. Daar hebben we allemaal weleens last van. Dat los je bij onze boten op met een ruk aan de giek of grootschoot. Maar met 175 vierkante meter grootzeil gaat dat niet en moet er iemand de mast in om die lat ‘goed’ te trappen. “Wie wil omhoog?”, vraagt Ysbrand een beetje voor de grap. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. “Ik!”

De drie verschillende koffiemolens worden aan elkaar gekoppeld en vijf man takelen mij omhoog. Met de backstays, checkstays en lijntjes voor de lazyjack is de weg naar boven een ware hindernisbaan. Ik zet me af tegen de bovenste zeillat en als ik terug slinger trap ik ‘m naar de juiste kant. Dan laat ik me verder omhoog hijsen en haak mijzelf vast met een tweede borglijn. Dit is ongekend. Ik zit gewoon in de top van de mast van een VO70! Ik geniet van het uitzicht terwijl ik op 32 meter boven de zeespiegel hang. Links Frankrijk, rechts de Atlantische Oceaan. Ik ben in de wolken. Letterlijk en figuurlijk.

Ik doe dit trucje nog een keer na de volgende overstag en dan komt Lorient inzicht. De wind is helemaal ingekakt en langzaam komt het besef dat deze reis tot een einde komt. We flaken het grootzeil en bergen de jib.

Nadat we de boot hebben afgetuigd en met zoet water hebben afgespoten kunnen we een welverdiende douche pakken en eindelijk naar een normaal toilet. De volgende dag – het is inmiddels vrijdag – gaan alle opstappers naar de stad om te shoppen en een terrasje te pakken. Ik blijf aan boord en pak de zitzak en mijn laptop, en begin foto’s te sorteren en filmpjes te monteren in een heerlijk Frans zonnetje.

Intussen is de crew bezig met reparaties en komen ze bijeen voor de debrief met de schipper. Dat laatste is niet voor mijn oren bestemd en erg persoonlijk, uiteraard ga ik daar ook niets over vertellen. Dat is iets van de crew. Wel merkte ik dat ik een bijzondere positie innam. Ik was geen opstapper, maar ook geen crew. Ze tolereren mijn aanwezigheid, maar ik voel me toch bezwaard en ga benedendeks, buiten gehoorafstand en zicht verder. Die avond eet ik met de crew een hapje en als de voordekker over Sambuca begint, gaat het helemaal verkeerd. Wat er precies is gebeurd kan ik ook niet vertellen. Ik weet alleen dat ik de volgende ochtend om 6:20u weer mijn bunk in ben gerold. What happens in Lorient, stays in Lorient.

Vlak voor vertrek geef ik de bemanning nog een cadeautje en hang ik onze R&ZV Naarden wimpel in de vlagenstok. Nou ja, er zit natuurlijk geen vlaggenstok op zo’n ding, dus worden de vlaggen aan de radar unit op het achterdek bevestigd.

Als ik zondag weer terug in Nederland ben, ben ik een ander mens. Ik wil mijn baan opzeggen, Fram verkopen en fulltime op VO70s en andere maxi’s varen. Dit was het tofste wat ik ooit heb gedaan. Dag binnenwater, hallo oceaan! Dit was zó ontzettend gaaf dat ik nog een week lang ‘high’ ben en moet afkicken. Tot grote hilariteit van mijn vrouw.

img_7918bewDit was een echte Volvo Ocean Race experience. Storm, teamwork, pijn en geluk. Alles zat erin. Het was een bijzondere ervaring en dat wordt nogmaals bevestigd door Ysbrand, die in de Minitransat alles al heeft gezien: “De eerste 36 uur waren zwaar. Heftige zee. Veel zwaarder ga je het niet krijgen, wel langer.” Ja ik weet één ding zeker; als ik ooit doodga, flitsen deze momenten nog één keer voorbij.

Floris Cornelissen

Met dank aan Zeilen Magazine, VO70 Sailing, de crew, opstappers en iedereen die op mijn inzending voor deze challenge heeft gestemd.


De video met nog niet eerder vertoonde beelden van de leg Breskens – Lorient:


Over de VO70 ‘Sanya Lan’

Deze Volvo Open 70 werd gebouwd voor de Volvo Ocean Race editie 2008-2009 en deed mee als Telefónica Blue met schipper Bouwe Bekking. Bouwe had destijds de kaarten in handen om de overall win te pakken maar nam bij de start van de negende etappe teveel risico en parkeerde deze boot op de rotsen. Daggerboard naar de mallemoeren en de kiel zwaar verminkt. Hij werd uiteindelijk derde overall.

In 2011-2012 voer deze boot opnieuw mee. Dit keer onder Chinese vlag als Team Sanya met Mike Sanderson als schipper. U weet wel, de winnende schipper van de ABNAMRO 1. Dit keer won hij niet. Ze hadden heel veel pech, lieren die uit het dek werden getrokken, zalingen die afbraken en een romp die begon te delamineren waardoor ze water maakten en de race moesten staken. Op internet werden grapjes gemaakt dat de pech typisch een geval van ‘made in China’ was. Daarna werd de boot nog gebruikt als trainingsboot voor Mapfre (vandaar de rode Mapfre zeilen).

De VO70’s zijn beruchte boten. Ze zijn licht gebouwd en zwaar overpowered. En dat resulteerde meer dan eens in schade. Downwind hebben ze een kleine 700m2 zeil en wist je dat de kale romp (zonder dekschaal) slechts 400 kilo weegt? Ware racemonsters, die sneller zijn dan de huidige generatie Volvo Ocean Race boten. Inmiddels is de Sanya Lan door haar huidige eigenaar, onder toeziend oog van Ysbrand Endt en crew, helemaal gerefit en weer in mint condition.

 

Bekijk hier de grounding van Bouwe met zijn Telefonica Blue:


 

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *