Een super seizoen

Een super seizoen

Onlangs schreef ik voor het clubblad van Roei- en Zeilvereniging Naarden een artikel over de progressie van Team Fram.

“Hoe doen jullie dat?” “Het gaat lekker hè!” “Hoe kan dat nou?” Afgelopen seizoen hebben we menigeen doen verbazen. En zo af en toe stonden wij ook wel een beetje te kijken. Voor diegene die niet weten waar we het over hebben, dit gaat over de progressie van van Fram… eh Team Fram.

In 2009 begon ik noodgedwongen aan wedstrijdzeilen. Ik had geen tijd voor toerzeilen en de woensdagavond competitie vormde een mooie stok achter de deur. Een jaar later hees ik voor het eerst in mijn leven een spinnaker. Een paar jaar later ben je voorzitter van de wedstrijdcommissie, organiseer je één van de grotere regatta’s van Nederland en pak je je eerste prijzen.

Dit seizoen hebben we een enorme sprong gemaakt van de 11e plaats naar de 4e plaats overall in de woensdagavond competitie, we werden vijfde op de Pampus Regatta (vorig jaar nog 12e) en wonnen de Pinguin Cup, dat is de najaarscompetitie op het Gooimeer. Dit kwam voor velen als een verrassing, maar wie goed had opgelet kon dit zien aankomen. Want vorig jaar stegen we al van een 18e naar 11e plek in de WAC. En die stijgende lijn hebben we dit jaar dus doorgezet. Toegegeven, we hebben wat geluk gehad. Net als de rest in de vloot overigens.

DSC_0777Allereerst kende seizoen 2015 maar weinig windloze woensdagavonden. We hebben ook een keer windkracht 5-6 gehad en dan is Fram bijna niet te verslaan. En wij profiteerden, net als zo’n beetje de hele SW-A klasse, van de uitval van Team Kyan. Niet leuk voor hun, maar het scheelde ons een plekje. Overigens hadden we op de zondag van de Pampus Regatta geen wind en wisten we strategisch sterk te varen en goed te trimmen waardoor we toch nog een vierde plek te haalden.

“dagen gestoken in een snellere boot”

Maar onze progressie was niet een aaneenschakeling van geluk. Dan zouden we onszelf veel te kort doen. Want we hebben dagen gestoken in een snellere boot, tactiek, regels en handling. En langzaam begint dat zijn vruchten af te werpen. Dit begon in 2013.

Toen wij zagen dat we op onze korte wierbanen (ca. 0,5 mijl) verloren omdat we te lang bezig waren met het zetten en droppen van de spinnaker, hebben we daar op geoefend. Inmiddels zijn we daar – mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen – één van de beste in. En hoe eerder die staat, hoe eerder je wegloopt. Hoe later je ‘m dropt, hoe verder je uitloopt. Heel ingewikkeld is het niet, maar per rak scheelt het wel drie tot vijf scheeplengtes. En dat drie keer in een race en je loopt zomaar 100 meter uit.

.

Soms gaat dat dus ook iets te enthousiast 😉

En zoals elke zeiler, was ook ik niet tevreden met mijn handicap. Maar het gesprek dat ik eind 2013 had met Hans Colenbrander – het beruchte brein achter de SW handicap – was verhelderend. Op mijn toerboot zit een rolgenua. “Dat is niet slim”, zei hij lachend. Want het wordt niet gecompenseerd, maar zo’n profiel verstoord wél de wind. “En wat voor schroef zit eronder?” Een vaanstandschroef zei ik trots. “Tsja…” en een pijnlijke stilte volgde. “Is dat ook niet slim?” vroeg ik aarzelend. “Nee. Een klapschroef is beter.” Welke je ook kiest, het kost je 2 punten.

Al gauw kwam ik erachter dat het in de marges zit. In de optelsom van al die kleine aanpassingen. Tot slot vroeg hij hoe mijn onderwaterschip eruit zag. Ai! Een gewetensvraag, want dat zag er alles behalve goed uit. “Zo moet het er uitzien”, zei hij terwijl hij over de strak gelakte bar van ons clubhuis wreef. Colenbrander zei het niet, maar ik kon het lezen: “Als je dat allemaal doet, dan zal je zien dat je handicap wel klopt.”

Goed, die schroef en rolgenua heb ik laten zitten, maar het onderwaterschip hebben we met de hele bemanning aangepakt. Intussen las ik ook alles wat los en vast zat. Binnen de crew werden boekjes over zeiltrim, tactiek, regels en meteo uitgewisseld. Technieken, strategieën en trucjes werden besproken en uitgeprobeerd als de situatie het voordeed.

“Nog steeds gaat er veel mis”

Natuurlijk gaat zoiets niet meteen goed. Nog steeds gaat er veel mis. Eerder dit seizoen lag ik net iets voor de Knoet. We waren al heel blij dat we ‘m hadden ingehaald. Doordat we net iets boven hem lagen konden we hem controleren. Als hij overstag zou gaan, zouden wij ook direct klappen en zat hij wederom in onze ‘vuile wind’. Maar we lieten hem op het einde los en dat was een tactische fout. Want twee slagen verder komt hij over bakboord naar de finishlijn, terwijl wij over stuurboord naar de finish varen. Natuurlijk roept hij bakboord en drukt ons eruit. We verloren van hem op de lijn. Maar we hadden weer wat geleerd.

Overigens is ‘vuile wind’ of, laat ik het andersom benoemen ‘vrije wind’ misschien wel het allerbelangrijkste. En de meest gemaakt fout. In elk geval bij ons. Onder ‘zeilkennis’ hierboven staat een leuk artikel van Ben Ainslie over het belang van vrije wind. Hij verwoordt het mooi en het is bij ons een gevleugelde uitspraak aan boord: Clear air is king!

“…altijd uitkijken voor die grijze koppen”

Maar ook de individuele kwaliteiten zijn gestegen. Oefening baart immers kunst. Hoe vaak heb ik niet gehoord dat zeilen een ervaringssport is. En ze hebben gelijk. Niet voor niets moet je altijd uitkijken voor die grijze koppen aan het roer. Die hebben alle situaties in alle varianten al meegemaakt en reageren automatisch terwijl jij in je hoofd bladzijde 14 van dat ene boekje opzoekt met die schematische weergave van Henk Plaatje. Of was het toch bladzijde 23? En net als je denkt het te weten, hoor je heel hard ‘OMHOOG!’, ‘RUIMTE’ of ‘BAKBOORD!’ en kijkt die grijze bol stug voor zich, je geen blik waardig gunnend.

En dan zijn er die talloze aanpassingen aan je boot. Zoals het eerder genoemde onderwaterschip. Maar ook de kiel heb ik afgelopen winter helemaal kaal gehaald tot het gietijzer begon te glimmen. Daarna weer gladgetrokken met drie kilo epoxyplamuur. En sinds onze mastbreuk hebben we de mast veel beter getrimd. Oh en er zit een achterstagspanner op. Ook niet origineel. Net als onze traveller. Want volgens zeilmaker Aat Kool is de overloop de versnellingsbak van je boot. En inmiddels begrijp ik wat hij bedoelt. Tussendoor maak je nog barberhaulers voor je spinnaker die je hebt afgekeken bij een van de snellere boten (Team Kyan in ons geval) en komen er steeds meer klemmetjes naast de valstoppers zodat je alles vanuit de kuip kan regelen en verstellen.

Het resultaat is dat we afgelopen jaar de prijs voor de grootste stijger in onze klasse in ontvangst mochten nemen en de eerste beker in onze zeilcarrière kregen voor de Woensdagavond Competitie én werden derde tijdens de HH Cup. Een absolute mijlpaal voor Team Fram en een bekroning voor al het werk aan de boot en onze zeilkennis. In het najaar deden we er nog een schepje bovenop door de Pinguin Cup 2015 te winnen. Een geweldige prestatie, vooral omdat we van de acht wedstrijden twee moesten missen en daardoor geen discards meer hadden.

Hoewel deze eerste prijsjes erg bemoedigend zijn, breekt nu misschien wel het moeilijkste stuk aan; die laatste meters naar de top zijn het zwaarst. De ‘quick wins’ hebben we nu wel gehad. Bovendien gaan we volgend jaar ook in de ORC varen. Het is nu gewoon een kwestie van beter worden. Situaties herkennen voordat het situaties zijn, oscillating windshifts bijhouden, regels en tactieken begrijpen én toepassen. Oh en vooral geen fouten maken. Want een te late start, verkeerde spi hoist of te vroeg op de layline kost je de race.

Dus het antwoord op de vraag ‘Hoe kan dat nou?’ is simpel. Het is een optelsom. Dat klinkt flauw, maar het kost tijd en geld. Overigens heb ik wel een tip. Stap eens bij die snellere boten op. En nodig die schippers eens bij jou aan boord uit. Veel inzichten en tips kreeg ik van de Kyan (Kelt 850), Spoom (1/4 waarschip), Blue Box (X-79), Juul (J/80), Roxane (Elan 331) en TW81 (Bavaria 820). Met dank aan hun schippers.

De crew van 2015 bestond uit:

Hennie Hoenselaar, Rene Agterberg, Kasper Goosen, Maureen Snijders, Lodewijk Cornelissen, Steven Ilsink, Willem Jan Landman, Jan-Jaap Spijkerman, Erwin van Helden.
V.l.n.r Lodewijk, Maureen, René, Floris, Hennie, Steven en Kasper

V.l.n.r Lodewijk, Maureen, René, Floris, Hennie, Steven en Kasper

 

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *