‘Het was onze eerste wedstrijd’, zei ik verontschuldigend

Het heeft even mogen duren, maar gisteren voer ik mijn eerste wedstrijd op Fram in de woensdagavondcompetitie van RZV Naarden. Eenmaal aan boord van Fram merkte ik dat een gezonde spanning zich meester maakte. Opgewonden maar geconcentreerd bereidde ik me voor op de wedstrijd. Ook dit keer waren de voorspellingen uitdagend genoeg. Hoewel Windguru NNW 4, later 3 aangaf, bleek bij het officieuze palaver dat de wind wel eens tot vijf kon aantrekken.

Na een kort overleg met de andere teameigenaar hebben we besloten om met vol tuigage (Genua 2, grootzeil) de wedstrijd aan te vangen. Getooid in mijn zeilpak voeren we Fram naar buiten, de eerste windvlagen sloegen ons in het gezicht, terwijl de zeilen stonden te trappelen om te beginnen.

Daar waren ze dan; onze concurrenten. De meesten uiterst professioneel, met grote crews in dezelfde pakken, carbonzeilen en spinakerzakken paraat op het voordek. Geïmponeerd door het tafereel lieten de eerste zenuwen van zich horen. Ik dacht terug aan ons doel voor deze wedstrijd: De wedstrijd uitvaren, finishen en als het even kan niet als laatste.

Na een paar oefenrondjes keerden we terug naar de startlijn. De slechts 12 schepen in onze klasse kropen kriskras door elkaar. Met het zeil over stuurboord was het goed opletten. Hoewel we perfect op de startlijn afstevenden, besloten we de hectiek te vermijden en een stormrondje te maken. Wij zijn immers de beginners en willen niet direct de ‘grote jongens’ de loef afsteken. Hierdoor startten we op tweederde van het veld. De race was begonnen.

Op het eerste rak (aan de wind) merkten we al gauw dat we goed konden meekomen. We liepen niet in, maar ook niet uit. Op het derde rak (voor de wind) kwamen de grote windvangers uit de hoge hoed. Spinakers, genakers en halfwinders stoven voor ons weg en langzaam raakten wij achterop. Drie schepen bleven achter ons. Een daarvan was een Gibsy 28. Een schip uit dezelfde tijd, met dezelfde lengte. Kortom, een schip waaraan wij ons konden meten. De derde boei rondde ik enigszins ruim, waardoor de Gibsy tussen mij en de boei stak en ons passeerde. Ik had slechts bewondering voor deze inhaalmanoeuvre en besloot de truc te onthouden. Het vierde rak was een kruisrak en hier liet Fram zien wie zij is. Namelijk een snel schip met een voorliefde voor scherpe koersen. Hoog aan de wind met zeven knopen spoten wij naar boven. In twee grote slagen haalde wij de boei. Helaas rondde de Gibsy ‘m enkele minuten eerder.

Langzaam mengden de serotonine en het fanatisme zich in ons bloed. Het was nu menens. De Gibsy lag nog steeds enkele minuten voor ons. In het voordewindse rak met de fok te loevert en Wout als uithouder liepen we langzaam in. De volgende boei (waar we eerder zo mooi gepasseerd werden) loefden we op tot hoog aan de wind en begonnen we aan het kruisrak. De Gibsy besloot, zoals het merendeel, al snel overstag te gaan. Wij besloten nog even door te varen, maar dit keer wel meer slagen te maken (ik had immers geleerd van mijn tripje naar Edam waarin Deel 2 ruim voor ons aankwam). De strategie pakte bijzonder goed uit. Na de tweede slag lagen we voor de Gibsy. Op dit moment van de wedstrijd waren wij zo geconcentreerd als een 1000mg vitamine C tablet. Het voorblijven van de Gibsy was prioriteit nummer 1. Met de finish inzicht haalden we bijna nog een Saffier in maar deze bleef 34 seconden voor ons. De Gibsy eindigden, zo bleek later, vijf (!) minuten achter ons.

Spanning maakte plaats voor euforie. We hebben de wedstrijd uitgezeild en zijn niet als laatste geëindigd! Na het aftuigen en een Schippersbitter dompelden wij ons onder in het stoere zeemanspraat en het stuurlui gedruis, in de kantine van de vereniging.

Drie heldere slagen op de koperen scheepsbel verstomden alle kapiteinen en bootsmannen. De uitslag was bekend. Van de twaalf deelnemers in onze klasse waren er drie niet gefinisht of gediskwalificeerd. De laatste plaats was voor de Gibsy. De één na laatste plaats was niet voor Fram, zelfs niet de zevende plaats. “Op de zesde plek is geëindigd: Fram!” Een kleine vreugdekreet ontsnapte mijn lippen waarop 14 crews mij vragend aankeken. ‘Het was onze eerste wedstrijd’, zei ik verontschuldigend, waarop een applaus de stilte doorbrak.

De wedstrijdvoorzitter gaf ons nog een compliment: “Meeste beginners finishen nog geeneens, zeker niet met deze wind.” Met een grote grijns en een biertje in ons hand toasten wij op deze overwinning. Op naar de volgende wedstrijd.

Crew: Ben, Wout en Floris.
Wind: 4NNW
Wedstrijdbaan: 16
Finish: 6e

Next Post:
Previous Post:
This article was written by
There are 5 comments for this article
  1. Anonymous at 16:41

    Nu heb ik niet zoveel met zeilen… echter, dit verhaal motiveert me. Ik ga zeker een keer mee. Ook ballast kan uitgroeien aan een potientiele deelnemer aan de Volvo Ocean Race… toch?

  2. Suzanne at 22:30

    wauw…het moment waarop jullie tot 6e (lees: winnaars) worden uitgeroepen roert mij (op dit moment van de dag) alhaast tot tranen..; Floppie, wat kun jij toch schrijven! (zou je je vak van kúnnen maken…!)
    x S

  3. Anonymous at 17:19

    Het verslag van de wedstrijd heb ik vandaag pas gelezen, en ik kan bevestigen dat het spannende verhaal van A tot Z een juiste weergave is van de feiten. Ook de samenwerking binnen het team was voorbeeldig. En Fram heeft zich beslist van haar goede kant laten zien. Vooral de spectaculaire inhaalrace, de snelheden ook bij hoge wind, en haar soepele stuureigenschappen maakten indruk.

    Ben Rouwhorst
    Teamgenoot en schoonvader van Floris
    09-06-2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *