Kapot

Na de meer dan trieste voorspellingen van vorige week, belooft de wedstrijd van 16 juni een geweldig spektakel te worden. Elf knopen wind (4bft), een goede crew en een zonnetje. Bovendien zijn een paar concurrenten naar Engeland waardoor wij dit keer toch wel in de top 5 zouden moeten kunnen eindigen.

Centrale Meldpost IJsselmeer

Gelukkig waren we allemaal vroeg op de boot. We namen even de mogelijke banen, de taken en manoeuvres door. Terwijl wij ons beraadden over het te voeren zeilplan, mengde Centrale Meldpost IJsselmeer zich onaangekondigd in de discussie: “…Een windwaarschuwing voor het IJsselmeer en alle aangelegen meren. Wind kracht zes. Actuele wind Lelystad zes!” Mooi, dit wordt reven en de genua 2 erop.

Als we naar buiten varen sta ik weer te kijken hoe beschut de haven van Naarden ligt. Het Gooimeer kijkt ons schuimbekkend aan, als een opgefokte Rottweiler. De eerste golf adrenaline gaat door mijn lichaam als het buiswater van de punt ons in het gezicht slaat. We hijsen het grootzeil (met 1 rif) en de wind laat direct weten dat ze niet met zich laat sollen vanavond. Door de noordelijke richting zijn de golven bij de havenmonding onstuimig en is het lastig koers houden. We rollen de genua 2 uit en beginnen aan de warming up.

Foutje
Terwijl we aan de wind stampen en de koers van het eerste rak een keer varen, twijfel ik of we niet een tweede rif hadden moeten zetten. Ik heb veel druk op mijn roer en we lopen niet optimaal. Anderzijds zijn al die vierkante meters zeil voordewind wel erg prettig. We besluiten toch met deze zeilen door te varen. Met nog 28 minuten voor de start varen we ver van de startlijn richting de Hollandse brug. We varen hard, zo’n zes knopen. En dan gebeurt het, ik maak een pijnlijke navigatie fout en Fram ligt binnen een anderhalve meter stil. We zijn vastgelopen…

Gelukkig liggen we aan hogerwal. We trekken de zeilen aan en zetten de motor bij. Met behulp van de golfslag rukt Fram zich los en scheert zich als een vrijgelaten snoek weg van de plek des onheils. Op naar de startlijn. We komen net iets te vroeg waardoor we nog een kort slagje moeten maken. We starten redelijk, helaas iets aan de lage kant.

Het eerst rak
Zoals altijd houden we in het eerste rak het veld bij en passeren we enkele schepen. Maar we moeten meer kunnen. We moeten aan kop varen. Lodewijk, de tacticus, kijkt op de kaart en op zijn Geonav (kaartplotter) en concludeert dat we scherp moeten blijven varen als de eerste boei in een keer willen halen. Gelukkig loop ik af en toe uit mijn roer waardoor ik hoogte pak.

Pijn
We halen de boei en racen door naar de D boei. De wind is zes bft. maar lijkt soms wel zeven. De vlagen maken het soms lastig om koers te houden. Nicolas en Marc zitten aan de schoten en komen kracht te kort om de genua strak te zetten. Ik zie Marc pijnlijk kijken. De eerste blaren zijn een feit. Niet veel later zou ook Nicolas het om zijn oren krijgen. Letterlijk. In de overstag na de D-boei klappert de giek driftig heen en weer. Een metaalachtige klap is het startsein voor het hardop uitspreken van een terminale ziekte. Het is ‘m vergeven, want dit doet echt pijn.


British Petroleum

Met kapotte handen en een bult beginnen we aan het kruisrak naar de B-boei. Plotseling schiet het grootzeil uit de klem. Ik bulder ‘grootzeil aan’, maar zie dat het geen zin heeft. Het hele blok is losgerukt van de overloopt. De schoot met blok bungelt levenloos aan de giek. Marc probeert het grootzeil te houden door aan het blok te hangen, maar de wind laat niet met zich spotten.

Terwijl Lodewijk benedendeks zoekt naar passende harpjes of andere oplossingen, varen wij zo goed als het gaat door op onze genua. We kunnen weinig hoogte houden, maar geven niet op. Aan onze spoedreparatie kan British Petroleum nog een voorbeeld nemen, want binnen een mijl zit het blok weer aan de overloop en kunnen we verder kruisen. Maar wacht eens even? Wat was dat raar krakend geluid? Ik kijk naar mijn zeilen maar zie geen scheur. Dan zegt Marc kalm dat de voedingskabel van de Geonav is afgebroken. Gelukkig kost dat apparaat maar een dikke 700 euro.

Alle zeilen bijzetten
Het zit niet mee. Maar we varen gewoon verder. Nee, dat zeg ik verkeerd, we varen goed verder. We halen weer wat in. En als we de tweede keer het kruisrak varen, halen we zelfs de nummer drie (Job) uit het algemeen klassement in. Op het een-na-laatste rak ligt de Job toch weer voor ons. Als we naar Boei 63 varen (halve wind) besluiten we het rif eruit te halen. Het laatste rak naar de finish is ruime wind en dan kunnen we elk stukje zeil gebruiken.

Het werkt, we lopen langzaam in op de Job en houden de Pondus achter ons. We spuiten ruimkoers naar de finish. Job heeft het door en loeft op waardoor wij mee moeten loeven. Ik doe alsof ik mee ga en loef ook een beetje op. Ze kijken allemaal naar voren en dan val ik plotseling af en steek onderlangs. Het lijkt te werken, maar helaas is het rak te kort en komen we niet meer langszij.

Westrijdzeiler
Met kapotte handen worden de zeilen binnen gehaald. Er is strijd geleverd en er zijn offers gemaakt. Een bekend wedstrijdzeiler zei ooit eens dat je boot na een wedstrijd uit elkaar moet vallen. Als ik kijk naar de lichte hersenschudding, de blaren op de handen en de eerste symptomen van spierpijn, kan ik in elk geval concluderen dat mijn crew uit elkaar valt. We zijn tot het uiterste gegaan en hebben veel gevraagd van de crew en de boot.

Dit wordt nog eens onderstreept als we in de haven het grootzeil netjes, dakpansgewijs, opvouwen. Terwijl ik het zeil netjes zigzag over de giek drapeer, houd ik plotseling het achterlijk in mijn handen. Toch nog gescheurde zeilen. Roy Heiner zou trots op ons zijn!

Crew: Marc, Nicolas, Lodewijk & Floris
Wind: 25 knopen (N)
Baan: 02
Finish: 7e (van de 11)
Geschatte schade: Een kleine 800 euro.

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *