Murphy aan boord

Murphy aan boord

Eindelijk! Eindelijk terug van vakantie en geen gekkenhuis op mijn werk. En dus had ik weer tijd voor onze woensdagavond competitie. Begrijp me niet verkeerd, ik heb een heerlijke vakantie gehad, maar na drukke werkweken en twee weken vakantie was mijn laatste WAC  die met WSV Almere-Haven. Dus je kunt wel zeggen dat ik zin had in een potje wedstrijdzeilen.

De dinsdag voor de WAC was ik nog vrij en ging ik na een kleine maand even polshoogte nemen bij Fram. Ben had Fram voor de vakantie mooi toegedekt onder een kuiptent en stuk vrachtwagenzeil. Verder was ze bedekt met tientallen spinnenwebben en was de onderkant bedekt met een vlekkerig algenlaagje. Kortom, er moest gepoetst worden want een schoon onderwaterschip is sneller en een schoon dek toont sneller.

Na een half uurtje bovendeks schrobben en een uur in het water gelegen te hebben, was ze klaar voor de WAC. Hoewel, nog niet helemaal. Het lijkt erop dat onze lieren hun beste tijd gehad hebben. Dus vroeg ik onze Hoofd Technische Dienst, Lodewijk, even polshoogte te nemen. Drie van de vier lieren tonen serieuze sporen van slijtage. Grrrmmbfffff… Houd het dan nooit op!

The actors

De crew bestaat uit Rob, Lodewijk, Steven en mij. Steven heeft al één keer meegezeild en dat beviel goed. Zijn zeilervaring en enthousiasme kunnen we goed gebruiken en eenmaal aan boord mocht hij de afwezige Hennie vervangen. Juist; toetsen, zeiltrim en de spi binnenhalen. Op de zeiltrim na was dat allemaal nieuw voor hem dus kreeg hij een spoedcursus terwijl we uitvaren. Rob verving onze ervaren voordekker René. We weten dat hij het kan en dat zou hij ook vanavond weer laten zien. Ik had natuurlijk het roer af kunnen staan aan Lodewijk en zelf de spi en toetsen kunnen doen, maar vanavond wilde ik eigenlijk iedereen uit zijn comfort zone halen en uren laten draaien in andere posities. Want je moet alles een keer gedaan hebben om te begrijpen wat de ander van je verwacht. En eerlijk gezegd had ik geen grote verwachtingen van deze wedstrijd. Dus zag ik het vooral als een training.

Als we ons gebruikelijke oefenrondjes voor de start willen maken roept Rob opeens dat de genua is losgeschoten. Ik dacht even dat hij één van de schoten bedoelde maar het was de val. Shit! We zouden de spival kunnen gebruiken, maar dan kun je niet meer spinnakeren. Ik kijk op de klok. Nog 15 minuten voor de start. We hebben al een keer eerder met dit bijltjegehakt en dat was tijdens een spirak, dus waarom niet als je nog maar 15 minuten voor het startsignaal hebt? ‘Oké!’ roep ik ‘ik ga omhoog, Lodewijk houdt de boot in de wind en Rob en Steven gaan mij omhoog hijsen.’ Snel trek ik het bootmansstoeltje aan en haak ik mezelf aan de kraanlijn. Terwijl ik zelf omhoog probeer te klauteren trekken de mannen beneden met alles wat ze hebben die 85 kilo de lucht in. Het gaat verrassend snel en voordat ik het weet sta ik als Gerd-Jan Poortman tegen de top van de mast. Ik pak de genuaval en zeg dat ze me mogen laten zakken. Aan dek hijsen we de genua opnieuw en dan horen we het vijf minuten signaal. Snel terug naar de startlijn.

Heel even voelde ik me zoals Gerd-Jan. Heel even maar.

Met een goede stoot adrenaline, verzuurde spieren en een hartslag van een Gabber beginnen we aan de start. We hebben geen tijd om te kijken hoe en waar we het beste kunnen starten en gaan als een-na-laatste over de startlijn. Het maakt niet uit, we zijn tenminste gestart.

We liggen op ramkoers met de Lyra, maar wij hebben voorrang en zij wijken. Even later lijken we de Stantepede te raken, maar zij gaan net voorlangs. Dat is jammer want dan komen we die straks over stuurboord waarschijnlijk tegen en moeten we voorrang geven.

Gewoon lekker zeilen

Door de pech met de genuaval heb ik me voorgenomen om geen onnodig risico te nemen. De wet van Murphy zingt in mijn achterhoofd: Anything that can go wrong, will go wrong. Bovendien had ik geen hoge verwachtingen van deze wedstrijd en na deze start maak ik me geen illusies. Niet dat ik niet meer competitief ben, maar ik ga geen risico’s nemen. Gewoon lekker zeilen en zorgen dat onze ‘apprentice’ Steven zo snel mogelijk de handling onder de knie krijgt.

En inderdaad, daar komt de Stantepede aan over bakboord. Klappen is kansloos, maar dippen betekent dat ik de boei waarschijnlijk ook niet haal. Toch kiezen we voor het laatste in de hoop op een lift. We varen hard door naar de GM 60 en halen ‘m net nnnnnnn…. wel! Murphy vs Fram 1-1!

‘Zet de spiboom’, roep ik naar Rob terwijl ik snel nog even de handelingen vertel aan Steven. Lodewijk trimt het grootzeil en pakt één van de spischoten terwijl ik de boot om de ton stuur. Steven ‘pre-feed’ de spinnaker vanuit de kajuitopening en als deze eenmaal bij de boom is krijgt Rob groen licht om aan de mast te hijsen. De spi staat snel en mooi en we lopen direct lekker langs de Stantepede.

De wind

Ja dat was ik vergeten te vertellen. De wind was prachtig. Veel mooier dan de voorspelde 9 knopen afnemend naar 5. Nee, het was toch wel 10 tot 12 knopen en hij bleef staan! De Noordwestelijke richting hadden ze wel goed voorspeld. En dat betekent niet alleen een lang spinnakerrak vanaf de GM 60, maar ook hoge cijfers op het log.

Langzaam kruipen we naar voren. We passeren de eerste Albin Vega (De Vrijheid) en lopen strak langs de Lyra. Nu de rest nog. Maar dat wordt wel moeilijk.

One Vega down, one to go!

Als we bij de C-boei komen mag Steven de genua uitrollen, vastzetten, de klem opengooien als Rob de spival handmatig vasthoudt aan de mast, de barberhauler vieren zodat hij goed bij de lijschoot van spi kan om vervolgens via diezelfde lijschoot die blauwgele vierkante meters naar binnen te trekken. Tja, het is even een stukje handeling maar dan verwissel je ook 60 vierkante meter ruimwinds zeil voor 22 vierkante meter aandewinds zeil.

Het gaat helemaal goed en we beginnen aan het kruisrak. Onderweg mag Lodewijk de spi ‘ompoolen’, maar als ik bij de bovenboei ben zie ik dat het niet nodig was geweest. Dan maar teruggijpen. Dat gaat iets minder. De neerhouder staat te strak en als we ‘ruimte’ horen van onze Rob vieren we alleen de schoten en niet de neerhouder. Het lukt ‘m desondanks om de boom voor de babystag te prikken en om te zetten en we varen snel verder. ‘Snel’ betekent in dit geval 6.57 knoop.

Sandwich-constructie

Als we weer bij de C-ton aankomen zie ik dat het weleens druk zou kunnen gaan worden. We halen de spi er op tijd af en nemen geen enkel risico. Ik heb overlap met de Just Kidding en zit aan de binnenkant. Achter mij komt de Ferox aanstormen en een J80. Beiden hebben geen overlap. De J80 hoopte op een gaatje, maar kreeg die niet en had eigenlijk helemaal buitenom moeten ronden. Hij deed dit niet en ramde zijn boeg net iets achterlijker dan dwars in de Just Kidding om vervolgens terug te ‘bouncen’ en mij te rammen. Ik kan niet verder omhoog omdat inmiddels de Ferox tussen mij en de boei is gekropen. Hoewel hij geen recht op ruimte had, had ik geen zin om me te laten sandwichentussen een Winner 900 en een J80 en probeer ik zoveel mogelijk ruimte te geven. Het is sturen op de millimeter. Gelukkig stuurt de Ferox strak en raakt hij ons niet. Intussen zit de zeereling van de J80 aan onze reddingsboeihouder vast. De voordekker van de J80 zegt met een opvallende kalmte dat ik even niet van koers moet veranderen. Ik begrijp meteen wat hij bedoelt. Óf zijn zeereling gaat naar de haaien óf mijn reddingsboeihouder gaat het begeven. ‘Welkom bij de zwakste schakel!’, zou Chazia Moerali zeggen. Snel trekt hij de zeereling eroverheen en zijn we na deze bodycheck gescheiden. Genoeg commotie en ik denk nogmaals aan Murphy, die zojuist de twee-één scoorde.

Crash tack

We kruisen door naar boven en liggen op ramkoers met een X79. Zij hebben voorrang. Ik zie te laat dat het de Blue Box is, want dan had ik wel gevraagd of ik even voorlangs mocht. We maken ons klaar voor een ‘crash tack’, hetgeen zoveel wil zeggen dat we direct kunnen klappen als ik dat nodig acht. Iedereen wacht in spanning… ‘Dit gaat niet goed komen’, denk ik en dan realiseer ik me dat als ik nog langer wacht, ik alleen maar achter hem in zijn vuile wind ga hangen. ‘Nu’, roep ik en we maken een van de snelste overstags ooit. Niet mooi, maar wel noodzakelijk. We varen deels gelijk op met de Blue Box echter lijken wij de boei niet te halen. ‘Maak nog maar een extra klapje’, grapt Frans met een te grote grijns vanaf de Blue Box. ‘Ik dacht het niet’, maar vraag de crew wel om nogmaals klaar te maken voor een ‘crash tack’. Gelukkig heb ik met Sjoerd meegevaren op de Blue Box en heb ik ook daarvan geleerd. Bijvoorbeeld dat je, als je de boei op meters niet lijkt te gaan halen, zo’n X gewoon met vaart onder de boei blijft sturen en hem in dat laatste stukje erover heen drukt. Dat gaat bij zo’n X79 heel goed. Nu werd het tijd om te kijken of Fram dat ook kan. Ik stuur stug door. Let niet meer op of ik de boei ga halen. Snelheid is alles wat ik wil. De dood of de gladiolen. En duimen dat Murphy niet kijkt. Ik kom ongeveer zeven meter te laag uit en bereid Lodewijk aan de genuaschoot voor. Hij begrijpt mijn bedoeling en vlak voor de boei stuur ik Fram loodrecht in de wind. Lodewijk gooit de genua los. Paniekering klappert het doek en lijkt het te zeggen: “Wat doe je nu?” Het plannetje lukt en we passeren de A ton op een schoenmaat 42. ‘Hé Murphy! Het staat weer gelijk!’

Na het volgende spinnakerrak stevenen we af op de finish. Samen met de Geusje. Alsof we twee F-16’s zijn en wij hun ‘wingman’. Wat zeg ik, zij zijn onze wingman! Want hoewel ze vier seconden voorliggen, zullen ze op handicap van ons verliezen. De wind staat nog steeds lekker met een knoop of twaalf en onder een mooie hoek vliegen we voorbij de verkeerstoren. Op weg naar de haven krijgt Steven het roer en zet hij de afterburner aan. Jammer dat niemand foto’s maakt, want mijn mooi gepoetste onderwaterschip is nu wel echt zichtbaar. 

Gelukkig heeft Steven wel foto’s gemaakt, dat is ook precies de reden waarom hij op geen één foto staat. 

In de haven wordt de boot afgetuigd en vraagt Steven wat hij beter had kunnen doen. Eigenlijk niks, is de conclusie. Alles ging goed. Snelheid van de handeling is het enige, maar dat komt wel… de volgende wedstrijd.

In het clubhuis wachten we op de uitslag. Ik ga even bij onze CEO WAC, de heer Driessen kijken en zie de uitslag al. Vanuit gewoonte scan ik de lijst van onder naar boven. In dit geval had ik beter van boven naar beneden kunnen lezen. Zo te zien hebben we in de blessuretijd Murphy er nog even flink van langs gegeven, want Fram staat vanavond op het podium! Een bronsgekleurde derde plaats hebben we er uitgesleept. Op eigen kracht, met het eigen team. Apetrots ben ik. En we nemen nog een biertje om hierop te proosten. De critici kunnen natuurlijk zeggen dat het vakantie is en de Spoom en Knoet niet meededen. Dat klopt, maar Murphy deed vanavond wel mee. En dat is misschien wel veel zwaarder.

Crew: Rob, Lodewijk, Steven, Floris

Wind: 12 kn NW

Baan: 15 NW kort

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *