Tips vanaf het startschip

Tips vanaf het startschip

Afgelopen woensdag stond ik dan op het startschip. Wat het leuke is van startschip bemanning zijn, is dat je zo duidelijk ziet wat er allemaal misgaat bij de deelnemers. Én wat er goed gaat bij de winnaars. Hieronder drie tips van veel voorkomende fouten.

1. De start

Laten we beginnen met de startlijn. Weet je eigenlijk wel waar die ligt? Naast het startschip ligt een staak met een groene vlag in het water (zie foto onder). Dit is de ILM (inner limit mark). Deze ligt er vooral ter bescherming van het startschip, zodat niet iedereen op het startschip knalt als ze omhoog gedrukt worden door de onderliggende boot. Maar deze groene vlag vormt niet de startlijn met de ODM (outer distance mark), in dit geval een gele cilinder op het einde, ook wel bekend als de pin end. Ook het starschip zelf vormt niet de startlijn met die gele cilinder. Het gaat om de oranje vlag op het startschip. De denkbeeldige lijn tussen deze oranje vlag en de gele cilinder aan de andere kant vormt de startlijn, waarbij je dus niet mag starten tussen het startschip en de groene vlag. Zie ook de schematische weergave onder zeilkennis.

DSC_1886

 

Zet je voordekker op het voordek

Wil je goed starten, zet dan je voordekker op de punt. Dit geldt vooral voor de 28 voeters (en groter) met grote genua’s. Tijdens onze WAC doen we het niet altijd, maar met een in de windse start staat onze voordekker altijd op de punt en kijkt hij voor de genua langs. Het is een wereld van verschil vergeleken met de stuurmanspositie. Je ziet veel meer (vrijwel 360 graden zich) en je staat in ons geval al gauw 8 meter dichter bij de startlijn. Vanaf die positie is het makkelijker in te schatten of je te vroeg, op tijd of te laat bent. Bovendien kun je het veld goed in de gaten houden (je hoeft immers geen zeil trimmen). De voordekker geeft die informatie terug, vaak met handsignalen. Waarom handsignalen? Omdat de voordekker naar voren kijkt en blijft kijken en dan moeilijk of niet verstaanbaar is als hij of zij in de wind praat. Zelfs op kleine boten als die van ons. En soms wil je niet al je manoeuvres over het water schallen. Stealth mode noemen wij dat 😉

dribbelen met een onzichtbare basketbal

Er bestaan vaste handsignalen. Wij gebruiken eigenlijk alleen die voor ‘afremmen’, ‘koers en snelheid ok’, afstand tot de startlijn en ‘snelheid maken’. Afremmen is hetzelfde gebaar dat je maakt als er een auto te hard door jouw straat rijdt. Alsof je dribbelt met een onzichtbare basketbal. Voor ‘snelheid en koers ok’ houdt de voordekker zijn gebalde vuist omhoog, alsof hij wil zeggen ‘houd dit vast’. Voor snelheid maken gebruiken we een cirkelbeweging met de wijsvinger. Alsof je een onzichtbaar schotteltje in de lucht houdt. Soms wijst de voordekker naar loef, wat betekent dat we kunnen oploeven. Duh! In deze video zie je hoe Jan-Jaap ons naar de start van race 4  van de Almere Regatta loodste met handsignalen.

2. Benedenboei

Hier zijn de meeste lessen te leren. Afgelopen woensdag zag ik van alles verkeerd gaan. Zie de film van deze race hieronder vanaf ca. 2:00m. Spinnakers te vroeg naar beneden, spinnakers te laat naar beneden, te ruim ronden, niet ronden (en terug varen om wel te ronden!) en niet op de boei varen. Laten we bij dat laatste beginnen. Waarom zou je niet op de boei koersen? Dat is de kortste weg vanaf de bovenboei. Natuurlijk moet je bij licht weer afkruisen op de spinnaker, maar dan nog koers je op je laatste slag af op de boei en niet 60 meter rechts van de boei. Dat laatste gebeurde wel. Ik zou niet weten waarom je 60 meter extra wilt varen in de downwind rak.

De spinnaker vroeg naar beneden kan twee dingen betekenen. Je bent niet zo zeker over je handling aan boord en wilt geen risico nemen. Fair point. Maar probeer de laatste (tientallen) meters dan met je fok te loevert te varen. Het kan ook zijn, dat je moet remmen omdat je op een groepje inloopt en de boei niet als buitenste boot wilt ronden. In dat laatste geval is een vroege spinnaker drop slim.

Te laat de spinnaker droppen kon met het briesje van 6 knopen nog wel. Maar met hardere wind word je afgestraft en platgedrukt, of moet je verder voor de wind doorvaren. Overigens verloor de desbetreffende boot wel veel snelheid met de spinnaker op, terwijl hij ‘m al omhoog stuurde.

Elke keer dat je de boei verkeerd rond, verlies je een scheepslengte. Anders gezegd, deze avond kon je 40 meter (3x bovenboei, 2x benedenboei x 8 meter bootlengte) winnen door de boei goed te ronden. Met name bij de benedenboei laten boten een gat liggen. Vaar ‘m ruim en wijd aan en stuur strak achterlangs als je oploeft. Een bijkomend voordeel is dat je hoger ligt dan de boten die dat niet hebben gedaan en direct van vrije wind profiteert op het kruisrak.

3. Finish

Nog één tip. Of liever gezegd, een stukje goed zeemanschap dat elke wedstrijdzeiler zich eigen moet maken. BEDANK HET STARTSCHIP ALS JE FINISHT! Het zijn allemaal vrijwilligers die voor jou een geweldig zeilavond mogelijk maken. Ik kan inmiddels uit eigen ervaring zeggen dat ze hun taken zeer serieus nemen en hun best doen om de startlijn en boeien er goed in te leggen. Dus zeg dank je wel. Van de 38 boten waren het er nog geen tien die dat deden. Shame on you!

Conclusie

Oké, ik geef het toe. Dit stuk heeft een heel hoog ‘de beste stuurlui staan aan wal’-gehalte. En ik ben geen pro, dus je hoeft het niet van mij aan te nemen. Bovendien zijn deze tips voor een beetje wedstrijdzeiler common knowledge. Desondanks maken veel zeilers nog deze fouten. Zonde. Want had je dit afgelopen woensdag allemaal goed gedaan, dan had je makkelijk zo’n 200 meter kunnen winnen. Met gemiddeld zo’n 4,5 knopen op het log is 200 meter ca. 1m 26s gezeilde tijd. Verreken dat eens met jouw gezeilde tijd en kijk waar je dan was geëindigd. Succes!

 

P.S. En heb je zelf nog een goede tip laat het dan weten onder dit artikel op onder de post op Facebook.

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *