Weeralarm

Weeralarm

Hadden we vorige week bijna geen wind, dit keer slaat de Bilt alarm en wordt er hagel, onweer en windstoten van 45 knopen verwacht. Daartussen is de wind gewoon 12 knopen. Een lastige voorspelling. Want eigenlijk kunnen we de genua varen, maar als we een 25 knopen of meer krijgen (ook al is het maar vijf minuten) scheurt ‘ie kapot en zijn we nergens meer. Dus kiezen we voor de fok en knopen we de reeflijnen aan het grootzeil zodat we in geval van storm ook een rif kunnen zetten.

De crew is weer compleet en we varen met een mooie samenstelling. Rene staat weer op het voordek, Hennie managet de kuip en Kasper trimt het grootzeil en de spi. Oh en ik stuur een beetje. Door de zuidenwind kunnen we op de spi starten. De laatste keer dat we dat hadden waren we er niet goed op voorbereid en dat zou ons niet nog eens gebeuren. We besluiten laag te starten. Weg van de drukte aan de linker (hoge) kant van de startlijn. We komen iets te vroeg op de startlijn en draaien nog even omhoog parallel aan de lijn om vervolgens op het startschot te vallen en de spi te hijsen. Het loopt mooi en we gaan als derde om de ton. Voor ons de Brizo en de Knoet.

We staan op dit moment vierde in onze klasse. Het wordt heel lastig om nog derde te worden, eigenlijk moet er dan een wonder gebeuren. Maar helaas is het wel vrij makkelijk om nog vijfde te worden. Dus trimmen we alsof ons leven ervan afhangt en zijn we scherp als Japanse koksmessen. Helaas bleek dat laatste niet helemaal waar. Want niemand heeft gekeken over welke boeg het volgende spi rak is en dan blijkt opeens met nog 300 meter en twee tacks te gaan dat we de spi moeten ombouwen. Ik begin weer mijn mantra: “Zeilen is schaken, altijd twee stappen vooruitdenken!”

20150826_203701_resized

Hennie is wakker en scherp als een mes! Toch? 😉

We zijn dan misschien niet helemaal scherp, we zijn wel getraind dus is de spi in no time ‘omgepoold’. We liggen nog steeds derde maar het gat met de Spoom is iets groter geworden. Achter ons vaart de Flyer en die zit toch wel akelig dichtbij. Ik ken zijn rating niet uit mijn hoofd, maar we moeten ‘m sowieso voorblijven.

Als we op de layline liggen over bakboord komt de Joyride (J/80) eraan gestoven over stuurboord. We liggen op ramkoers maar ik ga er vanuit dat Roel eerder tackt omdat hij hoger en harder kan. Overvaren heeft geen zin, bovendien komt hij mij dan tegen. Maar Roel denkt daar anders over en gaat door. Ik let even niet meer op en het volgende moment zie ik de Joyride binnen een scheepslengte voor mij. “BAKBOORD!”, maar het is te laat. Ik duik en de Joyride klapt boven mij. Nu zit ik in zijn vuile wind en ik vuur wat vloekwoorden op hen af. Want we kunnen nu minder hoog en hard varen. Hierdoor halen we misschien de boei niet meer. Grrrr. Dit was zo niet nodig.

Ik zeg tegen Hennie dat we Fram om de boei gaan prikken, dus de genua moet op het laatste moment los als we even tegen de wind in varen om de boot vervolgens om die ton te krullen. Dat betekent dat we de spiboom nog even niet kunnen zetten en de spi niet kunnen hijsen op de ton. Nu zijn we wel die Japanse koksmessen. Het is stil en we sturen onder de boei om snelheid te maken. Anderhalve scheepslengte voor de ton komt het commando en sturen we omhoog, tegen de wind in. Klapperend en klotsend beukt Fram omhoog en kunnen we de ton ronden. Pffff. Wat een opluchting. Deze actie scheelt twee tacks.

De donkere wolken komen inmiddels vanuit het Zuiden aandrijven. Het lijkt wel alsof ze ons even observeren voordat ze ons aanvallen. Wij doen alsof we ze niet zien en niks van hun aantrekken maar intussen kijk ik scheel met één oog in het zeil en één oog gericht op het donkergrijze weeralarm. We varen goed, maar Fram komt niet echt in de groove. Ik leg de schuld bij de kleine fok. Met de genua vaart Fram prettiger en makkelijker.

20150826_201745_resized_1

Natuurlijk varen we zo hard mogelijk. De naderende storm helpt daarbij. Die willen we voorblijven. René hike’t in de railing. Wij trimmen in de kuip. De Flyer houden we achter ons, maar is het genoeg? Als we over de finish gaan kijk ik direct beneden in de kajuit wat zijn rating is en komt ik met een zuinig gezicht boven. Ik weet vrijwel zeker dat hij voor ons zal eindigen. En dan heb je nog de Clara die ook in de buurt zit. En die verrückte Vega’s. Ik schud mijn hoofd en zeg tegen de mannen dat het best wel eens een zevende plek zou kunnen worden. Maar we hopen natuurlijk op een vijfde. We hebben goed gezeild. Geen grote fouten gemaakt. Hoewel we achteraf gezien best met de genua hadden kunnen varen.

Na de finish tuigen we Fram zo snel mogelijk af en gaan we vol gas terug naar de haven. De hemel is inmiddels aardezwart. De zeilen hebben we droog op kunnen bergen en eenmaal in de box begint het te stortregenen.

20150826_203736_resized

Speciaal voor ons komt Roel naar het clubhuis. Hij wil even zijn kant van het verhaal toelichten en zegt dat hij vrij voorlangs ging. Dat is altijd een moeilijke discussie. Ik had toch echt de neiging om uit te wijken (en deed dat ook) omdat ik anders een J/80 aan mijn boeg rijg. Hij vertelt waarom hij zo doorvoer en zegt dat ook als hij onder mij was geklapt we vuile wind hadden gekregen. Dat is waar. Sportief als hij is trakteert hij ons op een biertje en horen we nog wat mooie tips voor zeiltrim. Dank je wel Roel!

In het clubhuis wachten we op de uitslag. En tot onze grote verbazing zijn we niet zevende, zesde of vijfde geworden maar vierde! Een prachtig resultaat. Waren mijn zorgen dan helemaal onterecht? Niet echt, want als we 15 seconden later waren geëindigd waren we zesde geworden. Vijftien seconden! Wat is dat nou? Dat is één tack! Maar goed dat we Fram om die ene boei hebben geprikt anders waren we zomaar zevende geworden of misschien wel achtste. Brrrrr… daar moet je toch niet aan denken.

Crew: René, Kasper, Hennie, Floris

Baan: 9 Zuid kort

Wind: 10-13 knopen, vlagen 16.

Finish: 4e van de 11

RaceQs: Replay

 

 

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *